Wat is de opgaaf werkelijk rendement?
Met de opgaaf werkelijk rendement geef je dat rendement door aan de Belastingdienst. Normaal rekent de Belastingdienst met een fictief rendement: een vast percentage over je vermogen op 1 januari.¹ Bij je werkelijk rendement kijkt de Belastingdienst naar je hele jaar.
Daar horen al je inkomsten bij: rente, dividend en huur. Ook de waardeverandering van je aandelen, crypto en tweede woning telt mee, verkocht of niet.¹ Je hebt het recht om te laten zien dat je rendement lager was. Dat recht komt uit de Wet tegenbewijsregeling Box 3.⁵
Je betaalt nooit meer dan het fictieve rendement dat de Belastingdienst al berekende. Ligt je werkelijk rendement hoger, dan rekent de Belastingdienst met dat lagere bedrag.¹ Je loopt dus geen risico dat je meer betaalt.
Neem Wouter. Hij heeft spaargeld in Nederland, een spaarrekening in België en een beleggingsportefeuille. In het najaar van 2025 viel de brief over belastingjaar 2023 op zijn mat.
Hoe de Belastingdienst het fictieve rendement berekent, lees je bij Box 3-vermogen.
In het kort
Geen apart formulier vanaf belastingjaar 2025. Het werkelijk rendement staat voortaan in je aangifte inkomstenbelasting.
Over 2017 tot en met 2024 loopt het nog wel via een formulier. Welke route geldt, hangt af van je belastingjaar.
Geen heffingsvrij vermogen bij je werkelijk rendement. De vrijstelling verlaagt alleen het bedrag waarover je belasting betaalt. Bij je werkelijk rendement reken je over je totale vermogen.
Kosten blijven buiten je rendement. Twee uitzonderingen: rente over een Box 3-schuld en een investering die de WOZ-waarde van je tweede woning verhoogde.
Bij een negatief jaar rekent de Belastingdienst met €0. Een verlies meenemen naar een ander belastingjaar mag niet.
Je betaalt nooit meer dan het fictieve rendement. Valt je werkelijk rendement hoger uit, dan houdt de Belastingdienst het fictieve rendement aan.
Alleen spaargeld? Dan levert de opgaaf zelden iets op, maar het kan wel. Bij aandelen, crypto en vastgoed loont het vaker.
Waar vind je het formulier opgaaf werkelijk rendement?
Je vindt het formulier online bij de Belastingdienst.³ Het bestaat alleen nog voor de belastingjaren 2017 tot en met 2024. Vanaf belastingjaar 2025 vul je je werkelijk rendement in bij je aangifte inkomstenbelasting.² Ligt je vermogen boven het heffingsvrij vermogen, dan vraagt de Belastingdienst er in de aangifte om. De Belastingdienst vergelijkt de twee uitkomsten en past de gunstigste toe.² Een uitnodiging over 2025 krijg je niet. Het heffingsvrij vermogen is het deel van je vermogen waarover je geen belasting betaalt.
Oudere belastingjaren lopen wel via een formulier. Voor 2020 tot en met 2024 vul je het online in Mijn Belastingdienst in, per belastingjaar.³ Over 2017 tot en met 2019 open je het direct met je DigiD, zonder in te loggen in Mijn Belastingdienst.³ Downloaden kan niet. Een papieren versie bestel je telefonisch. Daarop zie je alleen niet of je werkelijk rendement lager uitvalt dan het fictieve rendement.³
De brieven komen in golven, ruim tien miljoen in totaal. Het kan tot in 2028 duren voordat jij de jouwe krijgt.⁴ Over 2017 tot en met 2020 geldt bovendien een voorwaarde: je mag de opgaaf alleen doen als je destijds op tijd bezwaar maakte.⁴
| Belastingjaar | Hoe je het doorgeeft | Wanneer je iets hoort |
|---|---|---|
| 2025 en later | In je aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst vraagt er zelf om. | Geen uitnodiging. De vraag komt langs bij je aangifte. |
| 2020 tot en met 2024 | Online formulier in Mijn Belastingdienst, per belastingjaar. Voor 2020 alleen als je destijds op tijd bezwaar maakte. | Brief per belastingjaar. 2022 vanaf juli 2025, 2023 en 2020 vanaf september 2025, 2024 en 2021 vanaf februari 2026. |
| 2017 tot en met 2019 | Direct online formulier met je DigiD, zonder inloggen in Mijn Belastingdienst. | Je onderneemt zelf actie, en alleen als je destijds op tijd bezwaar maakte. |
Hoe berekent de Belastingdienst je werkelijk rendement?
De Belastingdienst telt je inkomsten en de waardeverandering van je bezittingen bij elkaar op.¹ Drie punten verrassen bijna iedereen.
Bij je werkelijk rendement geldt geen heffingsvrij vermogen. De Hoge Raad besliste dat de Belastingdienst je rendement over je totale vermogen meet.¹
Kosten mag je niet aftrekken. Aan- en verkoopkosten, onderhoud aan je tweede woning en beheerkosten tellen niet mee.¹ Er zijn twee uitzonderingen. Rente over een Box 3-schuld trek je wel af. En verhoogde een investering de WOZ-waarde van je tweede woning? Dan haal je die van de WOZ-waarde aan het eind van het jaar af.¹ Dat mag alleen als je die bij de gemeente meldde.
Een negatief jaar levert je niets op. Verlies op het ene bezit verreken je met winst op het andere, binnen hetzelfde belastingjaar. Blijft het totaal onder nul, dan zet de Belastingdienst je werkelijk rendement op € 0.¹ Meenemen naar een ander jaar mag niet. Geld dat je in of uit je vermogen haalde is geen rendement. Corrigeer je waardeverandering voor elke storting en elke opname.
Hoe je crypto waardeert, leggen we uit op onze pagina over crypto en belasting.
Zo pakt het uit voor Wouter. Op 1 januari 2023 had hij € 80.000 spaargeld in Nederland, € 20.000 in België en € 100.000 aan beleggingen. Dat jaar kreeg hij € 1.600 rente, € 500 Belgische rente en € 2.000 dividend. Zijn portefeuille steeg naar € 115.000, een waardestijging van € 15.000. Die telt mee, ook al verkocht hij niets.
Samen komt Wouter op € 19.100 werkelijk rendement.
Zijn fictieve rendement rekent de Belastingdienst per soort bezit. Over € 100.000 spaargeld geldt voor 2023 0,92%, dus € 920.¹ Over € 100.000 beleggingen geldt 6,17%, dus € 6.170. Samen is dat € 7.090, afgerond € 7.100. De tabel hieronder toont alleen het percentage voor beleggingen. Daarom ligt zijn uitkomst lager.
Het fictieve rendement valt lager uit, dus houdt de Belastingdienst dat aan. Wouter betaalt niets extra. In dit voorbeeld rekenen we het fictieve rendement over het hele vermogen. Het heffingsvrij vermogen verlaagt daarna pas het bedrag waarover je belasting betaalt.
Wanneer levert het werkelijk rendement je iets op?
De opgaaf levert je geld op zodra je werkelijk rendement onder het fictieve rendement ligt. Dat gebeurt in een slecht beursjaar, of bij een tweede woning die nauwelijks in waarde steeg.
De Belastingdienst zette de cijfers zelf naast elkaar. Alleen 2022 springt eruit, met een fors verlies op aandelen.⁴ In 2023 en 2024 deden aandelen het juist beter dan het fictieve rendement, en de WOZ-prijsindex steeg in al die jaren.
Heb je alleen spaargeld? Dan is de kans op teruggaaf heel klein.⁴ Dat geldt ook voor een spaarrekening in het buitenland.
2023 was voor Wouter een goed beursjaar, dus verwacht hij weinig van zijn opgaaf. Hij vult het formulier toch in, want het laat hem vóór het indienen zien of het iets oplevert.¹ Ligt er al een definitieve aanslag, dan keert de Belastingdienst elk bedrag uit. Anders geldt een teruggaafgrens per belastingjaar.
| Belastingjaar | Fictief percentage | Gemiddeld aandelenrendement | WOZ-waarden |
|---|---|---|---|
| 2022 | 5,53% | −7,97% | Gestegen |
| 2023 | 6,17% | 15,04% | Gestegen |
| 2024 | 6,04% | 8,43% | Gestegen |

Wat verandert er vanaf 2026?
Vanaf 2026 telt de Belastingdienst het eigen gebruik van een tweede woning mee. Gebruik je je vakantiewoning zelf, dan komt er een extra bedrag bij je werkelijk rendement. Dat heet de bijtelling eigen gebruik.¹
Je kiest zelf hoe je dat bedrag bepaalt. Je neemt de jaarlijkse economische huurwaarde, of 5,06% van de WOZ-waarde.¹ Dat percentage telt alleen mee over de dagen dat je de woning kunt gebruiken. Voor 2026 pak je de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2025. De peildatum is de datum waarop de gemeente de waarde vaststelt.
De Belastingdienst geeft er zelf een rekenvoorbeeld bij. Bij een WOZ-waarde van € 237.000 is 5,06% gelijk aan € 11.992. Kun je de woning 243 van de 365 dagen gebruiken, dan telt daarvan € 7.984 mee.¹ Dagen dat je de woning verhuurt of verbouwt, tellen niet mee.
De Wet werkelijk rendement zou Box 3 belasten op je werkelijke rendement. De overstap stond gepland voor 1 januari 2028. Op Prinsjesdag 2026 schoof het kabinet die hervorming voor zich uit. Het vroeg de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan te houden.⁶ De datum staat dus open. Nieuws volgt naar verwachting in het voorjaar van 2027. Dat politieke proces volgen we op onze pagina over de spaartaks.
Wat moet je nu doen?
Kijk eerst om welk belastingjaar het gaat, want dat bepaalt je route. Over 2025 en later komt de vraag vanzelf langs in je aangifte.²
Het rekenwerk is het lastigste deel. Je hebt je begin- en eindwaarde nodig, per rekening en per belegging, ook in het buitenland. Welke gegevens je precies nodig hebt, zet de Belastingdienst voor je op een rij in dit overzicht. Wouter deed zijn opgaaf over 2023 en hield het fictieve rendement, omdat dat gunstiger uitviel. Wat we je daarbij uit handen nemen, zie je op onze pagina over hulp bij je belastingaangifte.
“Bijna iedereen begint bij het formulier. De vraag die ertoe doet, is: wat stond er op 1 januari en wat op 31 december? Bij een buitenlandse rekening kost dat de meeste tijd. Die cijfers halen we boven water, ook als het fictieve rendement uiteindelijk gunstiger blijkt.”
¹ belastingdienst.nl, Wat is mijn werkelijk rendement? · Geraadpleegd
² belastingdienst.nl, Werkelijk rendement in belastingaangifte 2025 · Geraadpleegd
³ belastingdienst.nl, Formulier Opgaaf werkelijk rendement, waar vind ik dat? · Geraadpleegd
⁴ belastingdienst.nl, Veelgestelde vragen en antwoorden over de Opgaaf werkelijk rendement · Geraadpleegd
⁵ eerstekamer.nl, Wetsvoorstel 36.706, Wet tegenbewijsregeling Box 3 · Geraadpleegd
⁶ eerstekamer.nl, Wet werkelijk rendement Box 3 (36.748) · Geraadpleegd

