Wat is de 183-dagenregeling?
De 183-dagenregeling bepaalt welk land belasting mag heffen over je loon. De hoofdregel in de meeste belastingverdragen is dat het werkland mag heffen over het loon dat je daar verdient.¹ Op die hoofdregel bestaat één uitzondering: je woonland mag heffen als je aan drie voorwaarden voldoet.¹ Die drie voorwaarden gelden samen. Val je op één punt af, dan mag het werkland heffen.¹
Deze regeling gaat niet over de vraag waar je fiscaal woont. Dat is een aparte toets. We beschrijven die op de pagina over je fiscaal woonland. De regeling rekent ook niet uit hoeveel aftrek je krijgt. De berekening van die aftrek staat bij dubbele belasting voorkomen. Je sociale zekerheid volgt een eigen systeem met de A1-verklaring.
Roosmarijn is projectleider bij een installatiebedrijf. Haar werkgever detacheert haar van 1 maart tot en met 30 september naar een Belgisch zusterbedrijf in Antwerpen. We volgen haar situatie op deze hele pagina. Hieronder zetten we de kern van de 183-dagenregeling op een rij.
In het kort
Alleen als je aan alle drie de voorwaarden voldoet, mag je woonland je loon belasten.
Voorwaarde één vraagt dat je niet langer dan 183 dagen in het werkland verblijft. Welke periode telt, staat in jouw verdrag.
Je telt elke dag dat je in het werkland bent mee, ook weekenden en vrije dagen.
Ook een dagdeel telt als een volledige dag, bijvoorbeeld je reisdag heen.
De tweede voorwaarde draait om wie je loon betaalt en doorbelast.
Waar je fiscaal woont, bepaal je met een andere toets dan de 183-dagenregeling.
Welke drie voorwaarden stelt het belastingverdrag?
Het verdrag stelt drie voorwaarden: tijd, werkgever en kosten.¹ De detachering van Roosmarijn moet ze alle drie halen. De eerste voorwaarde kijkt naar tijd. Je verblijft niet langer dan 183 dagen in het werkland.¹ Over welke periode je die dagen telt, staat in jouw verdrag.¹
De tweede voorwaarde kijkt naar wie je loon betaalt. Je werkgever die het loon betaalt is niet gevestigd in het werkland.¹ Het gaat dan om het bedrijf dat feitelijk je werkgever is, niet alleen om wie je salaris uitbetaalt. In een uitleensituatie kijkt het verdrag of een werkgever in het werkland het loon betaalt of laat betalen.¹
De derde voorwaarde kijkt naar wie de loonkosten draagt. Heeft je werkgever in het werkland een eigen vestiging die daar zelfstandig winst maakt? Dat heet een vaste inrichting. Komt jouw loon ten laste van de winst van die vestiging, dan is de derde voorwaarde niet gehaald.¹ Hetzelfde geldt voor een vaste vertegenwoordiger die daar namens je werkgever optreedt.¹
De tabel hieronder zet de drie voorwaarden naast elkaar.
| De voorwaarde | Wat die inhoudt |
|---|---|
| Tijd in het werkland | Je verblijft er niet langer dan 183 dagen binnen de periode van jouw verdrag. |
| Wie het loon betaalt | Geen bedrijf in het werkland is je werkgever, ook niet als materiële werkgever. |
| Wie de loonkosten draagt | Je loon komt niet ten laste van een vaste inrichting of vertegenwoordiger daar. |
Hoe tel je de 183 dagen?
Je telt elke dag dat je in het werkland aanwezig bent.¹ Het gaat dus om meer dan je werkdagen. Ook weekenden, ziektedagen en feestdagen in het werkland tellen mee.¹ Ben je er een deel van de dag, dan is dat een volledige dag.¹
De Hoge Raad volgt de methode van feitelijke aanwezigheid uit het OESO-commentaar.² Een inwoner van België werkte minder dan 183 dagen in Nederland.² Hij verbleef hier ook om privéredenen langer, waardoor zijn hele verblijf meetelde.² Nederland mocht zijn loon belasten, voor zover hij het werk in Nederland deed.²
Roosmarijn gaat de meeste weekenden naar huis. De weekenden dat ze in Antwerpen blijft tellen wel mee. De tabel hieronder laat per soort dag zien of die meetelt.
| Een dag in het werkland | Telt die mee voor de 183 dagen? |
|---|---|
| Een dag dat je daar werkt | Ja |
| Een weekend dat je daar bent | Ja |
| Een ziektedag daar | Ja |
| Een feestdag daar | Ja |
| Een snipper- of vakantiedag daar | Ja |
| Een dagdeel, bijvoorbeeld een reisdag | Ja, als een volledige dag |
In welke landen geldt de 183-dagenregeling?
De regeling staat in de meeste belastingverdragen die Nederland heeft gesloten.¹ Ze staat niet in de Nederlandse wet maar in het verdrag zelf.¹ Wat per land verschilt is de periode waarover je de dagen telt.¹ Het ene verdrag gebruikt een kalenderjaar, het andere twaalf aaneengesloten maanden of een belastingjaar.¹
De Rijksoverheid publiceert een verdragenoverzicht met alle belastingverdragen.¹ Daarin controleer je met welk land Nederland een verdrag heeft. De eerste vraag van Roosmarijn is dan ook welke periode het verdrag met België hanteert. Het kader hieronder laat zien waarom die periode zo bepalend is.

Wie is volgens het verdrag je werkgever?
Het bedrijf dat je aanstuurt en je loonkosten draagt, kan je werkgever zijn.¹ Aan de tweede voorwaarde voldoe je minder vaak dan aan de eerste. Dat bedrijf heet de materiële werkgever. Precies deze vraag beslist de zaak van Roosmarijn.
Word je vanuit Nederland uitgezonden, dan beoordeelt het werkland zelf of een bedrijf daar jouw materiële werkgever is. Je Nederlandse werkgever blijft je loon betalen. Maar stuurt een bedrijf in het werkland je aan en draagt het je loonkosten? Dan kan het werkland dat bedrijf als je werkgever zien. De 183-dagenregeling vervalt dan, hoeveel dagen je ook telt. Het ene werkland kijkt daar strenger naar dan het andere. Bij Roosmarijn gaat het om het zusterbedrijf in Antwerpen.
In de omgekeerde situatie leent een buitenlandse werkgever iemand uit aan een bedrijf in Nederland. De Nederlandse inlener geldt dan vaak als materiële werkgever en Nederland mag als werkland heffen.¹
De datum waarop het verdrag is gesloten, bepaalt hoe de toets werkt.¹ De tabel hieronder zet beide varianten naast elkaar.
| Datum van het verdrag | Hoe de toets werkt |
|---|---|
| Vóór 22 juli 2010 | De Nederlandse inlener is de werkgever als alle drie deze punten gelden. Hij heeft gezag over het werk. De voordelen en nadelen zijn voor zijn rekening. De formele werkgever belast de loonkosten per tijdseenheid aan de inlener door. |
| Op of na 22 juli 2010 | Nederland weegt dan het geheel van omstandigheden. De Belastingdienst toetst de drie punten niet ieder afzonderlijk. |
Hoe pakt dit in de praktijk uit?
Roosmarijn blijft onder de 183 dagen en kan de uitzondering toch verliezen. Wat betekenen die regels samen voor één situatie? Ze werkt van 1 maart tot en met 30 september bij het zusterbedrijf in Antwerpen. Ze verblijft daar doordeweeks en gaat de meeste weekenden naar huis. Haar aankomst- en vertrekdagen tellen mee, net als een week verlof daar. Ze is er op 153 doordeweekse dagen aanwezig. Daar komen 23 weekenddagen bij die ze in Antwerpen blijft. Samen is dat 176 dagen.
Haar detachering begint en eindigt binnen één kalenderjaar. Ze blijft dus onder de 183 dagen bij elke periode die een verdrag kan hanteren. Voorwaarde één is daarmee gehaald.
Bij voorwaarde twee ligt het probleem. Het Antwerpse zusterbedrijf is een aparte vennootschap, geen vestiging van haar werkgever. De manager daar bepaalt hoe en wanneer Roosmarijn werkt. De voordelen en nadelen van haar werk komen voor rekening van dat bedrijf. Haar Nederlandse werkgever belast haar loonkosten per gewerkte dag door aan Antwerpen. Alle drie de punten gelden. Bij de variant die alle omstandigheden weegt, is de uitkomst hetzelfde. Voorwaarde drie speelt hier geen rol. Die gaat over een vestiging van haar eigen werkgever. Dat is Antwerpen niet.
België beoordeelt dat naar zijn eigen lezing van het verdrag. Op deze feiten ligt het voor de hand dat het Antwerpse zusterbedrijf als haar werkgever geldt. Als dat zo is, vervalt de uitzondering. België mag haar loon dan vanaf de eerste werkdag belasten. Nederland geeft haar daarvoor aftrek in haar aangifte. Haar 176 dagen kwamen er niet aan te pas.
Of dat bij jou ook zo uitpakt, hangt van dezelfde twee vragen af.
Wat betekent dit voor jou?
Leg je dagen, je werkgever en je doorbelasting vast voordat je vertrekt. Je weet nu hoe de regeling uitpakt. Drie dingen beslissen de meeste gevallen. Als eerste telt hoeveel dagen je in het werkland bent. Daarna zoek je op welke periode jouw verdrag hanteert. Als laatste kijk je of je werkgever je loonkosten doorbelast.
Betaal je in beide landen? Op de pagina over dubbele belasting voorkomen lees je hoe de aftrek werkt. Twijfel je waar je fiscaal woont? Bekijk dan de uitleg over je fiscaal woonland. Verhuis je in dat jaar naar Nederland of vertrek je? Dan doe je aangifte met het M-formulier. Werk je in Duitsland? Dan geldt voor jou misschien de compensatieregeling Duitsland. Vraagt de Belastingdienst je om de opgaaf wereldinkomen? Die vul je apart in.
Je sociale zekerheid volgt een ander systeem dan je belasting. Daar geldt de A1-verklaring, die aanwijst in welk land je verzekerd blijft. De 183-dagenregeling zegt daar niets over. Meer daarover lees je bij de A1-verklaring voor tijdelijk werken in het buitenland.
Dit is algemene informatie, geen persoonlijk advies. Je verdrag, je contract en je dagentelling bepalen de uitkomst. Daar let onze adviseur op.
“Mensen tellen hun werkdagen en kijken niet verder. Het verdrag telt elke dag van verblijf.”
Veelgestelde vragen over de 183-dagenregeling
Bepaalt de 183-dagenregeling waar je fiscaal woont?
Nee, je fiscale woonplaats volgt een eigen toets. De 183-dagenregeling bepaalt alleen welk land je loon mag belasten. Waar je fiscaal woont, beoordelen we apart.
Tellen weekenden mee voor de 183 dagen?
Ja, ook je vrije dagen in het werkland tellen mee.¹ Dat geldt net zo goed voor ziektedagen en feestdagen daar.¹ Ben je er maar een dagdeel, dan telt dat als een volledige dag.¹
In welke landen geldt de 183-dagenregeling?
De regeling geldt onder de meeste Nederlandse belastingverdragen. Ze staat in het verdrag zelf, maar de telperiode verschilt per land.¹ Het verdragenoverzicht van de Rijksoverheid laat zien met welke landen Nederland een verdrag heeft.¹
Ik bleef onder de 183 dagen. Mag het werkland dan tóch heffen?
Ja, want de drie voorwaarden gelden alleen samen. Val je op de werkgever of op de loonkosten af, dan heft het werkland.¹ Je dagentelling redt je dan niet.
Wat is een materiële werkgever?
De materiële werkgever is het bedrijf dat je aanstuurt en je loonkosten draagt.¹ Bij een uitleensituatie naar Nederland is dat vaak de Nederlandse inlener.¹ Die inlener blijft aansprakelijk als de loonbelasting uitblijft.¹ Word je zelf gedetacheerd, dan beoordeelt het werkland of een bedrijf daar je werkgever is.
Valt mijn sociale zekerheid ook onder de 183-dagenregeling?
Nee, sociale zekerheid staat los van deze regeling. De A1-verklaring bepaalt waar je verzekerd bent. Dat kan een ander land zijn dan waar je belasting betaalt. Lees meer in onze uitleg over de A1-verklaring.
¹ belastingdienst.nl, Belastingverdragen: welk land mag belasting heffen over het loon · Geraadpleegd
² meijburg.com, All the days of a stay in the Netherlands count for the purposes of applying the 183-day rule · Geraadpleegd

