Wat is Box 3-vermogen?
Box 3-vermogen is alles wat je bezit aan spaargeld, beleggingen en andere bezittingen. Denk aan crypto, een tweede woning of buitenlands vermogen. Je eigen woning en pensioen vallen er niet in, die worden apart belast.
De Belastingdienst telt je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Dat is de peildatum. Stel dat je op 1 januari 2026 €40.000 spaargeld en €30.000 beleggingen hebt. Dan vallen beide bedragen in Box 3. Je totale Box 3-vermogen is dan €70.000.
De Belastingdienst kijkt niet naar je echte rente, dividend of koerswinst. Ze rekent met een fictief rendement, een vast percentage per soort vermogen. Dat percentage verschilt voor spaargeld, beleggingen en schulden. Zo weet je waar je belastingbedrag vandaan komt.
Woon je in Nederland en betaal je hier inkomstenbelasting? Dan telt je wereldwijde vermogen (buitenlands vermogen) mee voor Box 3. Spaargeld bij een buitenlandse bank, buitenlandse aandelen en een tweede woning in het buitenland tellen dus ook mee.
Dit is Box 3 in de basis. We vatten de belangrijkste punten kort samen en kijken daarna welke bezittingen precies meetellen.
In het kort
Box 3 draait om vermogen, niet om inkomen uit werk.
Je eigen woning en pensioen vallen er niet in. Je woning hoort bij Box 1, niet Box 3.
Wereldwijd vermogen telt mee als je fiscaal inwoner van Nederland bent. Ook buitenlands spaargeld en onroerend goed tellen mee.
Fictief rendement: de Belastingdienst rekent per categorie met een standaardpercentage, niet je echte opbrengst.
Het tarief is 36% over het berekende voordeel, in 2025 en 2026.
Heffingsvrij vermogen is €59.357 per persoon in 2026. Je betaalt alleen belasting over het vermogen boven die grens.
Werkelijk rendement opgeven kan gunstig zijn maar het heffingsvrij vermogen geldt daarbij niet.
Welke bezittingen vallen in Box 3?
Box 3-vermogen bestaat uit verschillende soorten bezit. De Belastingdienst deelt die in categorieën in, want elke categorie heeft een eigen fictief rendement. In ons voorbeeld vallen de €40.000 spaargeld en €30.000 beleggingen allebei in Box 3. Toch worden ze niet op dezelfde manier berekend.
Spaarcategorie
Banktegoeden en spaarrekeningen in Nederland en in het buitenland vallen in de spaarcategorie. Ook contant geld boven €672¹ per persoon telt mee. Denk verder aan premiedeposito's, een aandeel in de VvE (Vereniging van Eigenaars), bedragen bij een notaris of deurwaarder en niet-vrijgesteld groen spaargeld.
Beleggingen en overige bezittingen
Aandelen, obligaties, ETF's, fondsen, crypto en andere effecten vallen in deze categorie. Een tweede woning in Nederland of in het buitenland telt meestal ook mee. Verhuur je een tweede woning? Dan wordt de huur niet apart belast. De volledige waarde van de woning telt mee als Box 3-vermogen. Het fictieve rendement voor beleggingen en overige bezittingen staat voor 2026 vast op 6,00%.¹ Meer over crypto lees je in onze cryptogids. Lees ook onze pagina over het verhuren van je eigen woning.
Schulden
Schulden kunnen je Box 3-vermogen verlagen. Niet de volledige schuld telt mee, alleen het deel boven €3.800 per persoon (€7.600 met fiscale partner). Dat heet de schuldendrempel.¹ Voorbeelden van aftrekbare schulden zijn leningen, een negatief banksaldo, beleggingsschulden, een hypotheek op een tweede woning die niet aftrekbaar is in Box 1, een scholingsschuld, een erfbelastingschuld en een papieren schenking aan kinderen.
Wat valt niet in Box 3?
Je eigen woning valt in Box 1, daar lichten we hieronder meer over toe. Je pensioen, opgebouwd via een werkgever of lijfrente, valt ook niet in Box 3. Ben je DGA of ondernemer? Dan valt je ondernemingsvermogen meestal in Box 2. Groen spaargeld en groene beleggingen zijn tot een vrijstellingsgrens uitgezonderd van Box 3.
Nu weet je wat meetelt. Hieronder zie je welke bedragen en percentages de Belastingdienst gebruikt.
| Gegeven | 2025 | 2026 |
|---|---|---|
| Box 3-belastingtarief | 36% | 36% |
| Fictief rendement spaargeld | 1,37% | 1,28%(voorlopig) |
| Fictief rendement beleggingen en overige bezittingen | 5,88% | 6,00%(definitief) |
| Fictief rendement schulden | 2,7% | 2,70%(voorlopig) |
| Heffingsvrij vermogen per persoon | €57.684 | €59.357 |
| Heffingsvrij vermogen met fiscale partner | €115.368 | €118.714 |
| Schuldendrempel per persoon | €3.800 | €3.800 |
| Schuldendrempel met fiscale partner | €7.600 | €7.600 |
In de tabel zie je ook dat twee percentages voor 2026 nog voorlopig zijn. Voor het voorbeeld van €40.000 spaargeld en €30.000 beleggingen zijn vooral drie cijfers belangrijk: het fictieve rendement op spaargeld, op beleggingen en het heffingsvrij vermogen. Je totale vermogen is in dit voorbeeld €70.000, boven het heffingsvrij vermogen van €59.357 voor één persoon. Je betaalt dus Box 3-belasting over het deel boven die grens. Met een fiscale partner verdeel je het gezamenlijke Box 3-vermogen in de aangifte.
Hoe worden Box 3-bezittingen belast?
Het voordeel uit sparen en beleggen is het fictieve rendement boven het heffingsvrij vermogen. De Belastingdienst begint met je bezittingen en schulden op 1 januari. Ze rekent per soort vermogen met een fictief rendement. Je echte rente, dividend, huur of koerswinst telt niet mee. In ons voorbeeld heb je geen schulden, alleen €40.000 spaargeld en €30.000 beleggingen. Hieronder zie je de berekening voor 2026 stap voor stap.
| Stap | Berekening | Uitkomst |
|---|---|---|
| Spaargeld | €40.000 × 1,28% | €512 |
| Beleggingen | €30.000 × 6,00% | €1.800 |
| Totaal fictief rendement | €512 + €1.800 | €2.312 |
| Totaal vermogen | €40.000 + €30.000 | €70.000 |
| Gemiddeld fictief rendement | €2.312 ÷ €70.000 | 3,303% |
| Vermogen boven heffingsvrij vermogen | €70.000 – €59.357 | €10.643 |
| Belastbaar voordeel uit sparen en beleggen | €10.643 × 3,303% | ongeveer €352 |
| Box 3-belasting | €352 × 36% | ongeveer €127 |
In dit voorbeeld betaal je dus ongeveer €127 Box 3-belasting over 2026. Let op: dit bedrag is gebaseerd op het voorlopige fictieve rendement voor spaargeld. Wijzigt dat percentage later, dan verandert ook de uitkomst. Je betaalt in de standaardberekening niet over je echte opbrengst, maar over een berekend rendement. De uitkomst kan daardoor hoger zijn dan wat je werkelijk verdiende. Wat kun je daaraan doen? Je mag je werkelijke rendement opgeven.

Kun je belasting betalen over je werkelijke rendement?
Ja. Je mag je werkelijke rendement opgeven in plaats van het fictieve rendement. Je Box 3-belasting kan hoger zijn dan wat je echt hebt verdiend. Is je werkelijke rendement lager dan het fictieve rendement? Dan mag je dat opgeven. De Belastingdienst gebruikt dan het lagere bedrag. Dit heet de opgaaf werkelijk rendement, afgekort OWR.³ Je werkelijke rendement is wat je echt met je vermogen hebt verdiend: rente op spaargeld, dividend, ontvangen huur en waardeveranderingen. Ook ongerealiseerde waardeveranderingen tellen mee, dus ook als je nog niet hebt verkocht.³ Was je spaarrente laag of daalden je beleggingen? Dan kan je werkelijke rendement lager zijn dan het fictieve rendement.
Let op de uitzonderingen. Niet alles mag je aftrekken. Transactiekosten, bankkosten en onderhoudskosten voor onroerend goed tellen niet mee. Twee posten tellen wel mee: rente over een Box 3-schuld en een investering die de WOZ-waarde van je tweede woning verhoogde. Verliezen uit eerdere jaren tellen niet mee. Bij de berekening van je werkelijke rendement geldt geen heffingsvrij vermogen.³
Voor de volledige uitleg over welke belastingjaren gelden, bekijk je de OWR-gids. Voor de volledige Box 3-berekening en de OWR-mechaniek in detail, zie de uitgebreide Box 3-gids.² Deze route kun je nu al gebruiken. Op Prinsjesdag 2026 schoof het kabinet die stelselwijziging uit.
Wat is er veranderd voor 2028?
De overstap naar belasting op je werkelijke rendement stond gepland voor 1 januari 2028. Op Prinsjesdag 2026 schoof het kabinet die hervorming voor zich uit. Het vroeg de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan te houden.² De datum staat dus open. Nieuws volgt naar verwachting in het voorjaar van 2027, bij de Voorjaarsnota. Voor je aangifte over 2026 verandert er nu niets. Box 3 blijft in 2027 zoals het is. Je betaalt nog steeds 36% over het fictieve rendement. Je mag nog steeds een lager werkelijk rendement aantonen.
Wat doe je nu?
Verzamel je standen op 1 januari. Tel je spaargeld, beleggingen en schulden bij elkaar op. Bereken het fictieve rendement met de tabel hierboven. Vergelijk dat daarna met je werkelijke rendement. Bij werkelijk rendement geldt geen heffingsvrij vermogen. Reken daarom beide routes om naar het bedrag waarover je belasting betaalt. Geef in je aangifte de laagste belastbare uitkomst op.
“Veel mensen vinden het vreemd dat Box 3 rekent met een rendement dat ze misschien nooit hebben gehaald. Gelukkig mag je je werkelijke rendement opgeven.”
1 belastingdienst.nl, Berekening Box 3-inkomen 2026 · Geraadpleegd
2 rijksoverheid.nl, Belastingplan 2026, heffingsvrij vermogen Box 3 · Geraadpleegd
3 belastingdienst.nl, Opgaaf werkelijk rendement, Box 3 werkelijk rendement · Geraadpleegd
Veelgestelde vragen over Box 3-vermogen
Wat telt mee als Box 3-vermogen?
Box 3-vermogen bestaat uit spaargeld, beleggingen, crypto, een tweede woning en andere bezittingen. Ook buitenlands vermogen telt mee als je fiscaal inwoner van Nederland bent. Je eigen woning en je pensioen horen er meestal niet bij.
Hoeveel is het Box 3-tarief in 2026?
Het Box 3-tarief is 36% in 2026. Je betaalt dat niet over je volledige vermogen, maar over het berekende voordeel uit sparen en beleggen.
Hoeveel Box 3-vermogen is belastingvrij in 2026?
Het heffingsvrij vermogen is €59.357 per persoon in 2026. Met een fiscale partner is dat €118.714. Over vermogen onder die grens betaal je geen Box 3-belasting.
Is mijn eigen woning Box 3-vermogen?
Nee. De woning waarin je zelf woont, valt meestal in Box 1, niet in Box 3. Een tweede woning, vakantiewoning of verhuurde woning valt meestal wel in Box 3.
Tellen mijn beleggingen in het buitenland mee in Box 3?
Ja. Als je fiscaal inwoner van Nederland bent, tellen je beleggingen wereldwijd mee voor Box 3. Dat geldt ook voor aandelen of ETF's bij een buitenlandse broker. Buitenlands onroerend goed kan door belastingverdragen anders uitwerken. Je geeft de woning wel op en je vraagt daarna om voorkoming van dubbele belasting.
Valt crypto in Box 3?
Ja, crypto valt als belegging in Box 3. Je geeft de waarde van je crypto-bezittingen op peildatum 1 januari op. Voor 2026 geldt hiervoor het fictieve rendement van 6,00%, definitief, niet voorlopig.
Kan ik mijn werkelijke rendement opgeven?
Ja, als je werkelijke rendement lager is dan het fictieve rendement. Met de opgaaf werkelijk rendement geef je je echte rendement op. Dan geldt voor jou het lagere bedrag.
Wat telt mee als werkelijk rendement?
Rente, dividend, huur en waardeveranderingen tellen mee, ook ongerealiseerde waardestijgingen op papier. Bankkosten, transactiekosten en onderhoudskosten mag je niet aftrekken. Er zijn twee uitzonderingen: rente over een Box 3-schuld en een investering die de WOZ-waarde van je tweede woning verhoogde. Verliezen uit eerdere jaren tellen ook niet mee. Er geldt bovendien geen heffingsvrij vermogen bij de berekening van werkelijk rendement.
Wat gebeurde er met de wijziging voor 2028?
Een belasting op werkelijk rendement zou ingaan op 1 januari 2028. Het kabinet stelde dat plan uit op Prinsjesdag 2026. De Eerste Kamer moest de behandeling aanhouden. Wanneer het verdergaat is nog onduidelijk. Verwacht nieuws in het voorjaar van 2027.





