Jij bent verzekeringnemer, je compagnon is de verzekerde en jij bent de begunstigde. Je compagnon doet hetzelfde op jouw leven. Dat heet kruislings verzekeren.
Bij drie of meer compagnons verzekert ieder de anderen apart. Dat levert meer verzekeringen op en geen gezamenlijke pot.
De verzekering zelf is een gewone overlijdensrisicoverzekering. Die keert een vast bedrag uit als de verzekerde binnen de looptijd overlijdt. Hoe dat in privé werkt, lees je op de pagina over de overlijdensrisicoverzekering.
Wie de premie volgens de verzekering moet betalen, telt fiscaal. Niet wie hem overmaakt. Dat moet je zo met de verzekeraar hebben afgesproken. Je toont het aan met een ondertekend en gedateerd aanvraagformulier. En het moet terug te vinden zijn in de verzekeringsovereenkomst of op het clausuleblad.
Klopt die opzet, dan komt de uitkering niet uit het vermogen van je compagnon. Daar kijkt de Belastingdienst naar bij de erfbelasting. Toch noemen we een compagnonsverzekering nooit zomaar erfbelastingvrij. Twee kruislingse verzekeringen zijn twee losse overeenkomsten. De Belastingdienst beoordeelt ze in hun onderlinge samenhang. Wat dat voor jouw opzet betekent, bekijken we in het gesprek.