Wat is fiscaal partnerschap?
Fiscaal partnerschap is een status die de wet je toekent, geen keuze die je maakt.¹ Je meldt je niet aan en je vraagt het niet aan.
Bijna elke voorwaarde hangt aan één ding: jullie staan samen op hetzelfde woonadres in de basisregistratie personen (BRP). Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap, dan ben je altijd fiscaal partner.¹
Op deze pagina staan de voorwaarden, de begin- en einddatums, de verdeling en de kosten. Twee onderwerpen laten we hier liggen. Hoe je de verdeling het slimst invult, staat in onze uitleg over de optimale verdeling.
Vier levensgebeurtenissen hebben een eigen pagina. Begin bij samenwonen zonder fiscaal partnerschap of je aangifte na een scheiding. Ook partneralimentatie en het overlijden van je fiscaal partner behandelen we apart. De hoofdlijn bij overlijden lees je hieronder.
Marieke en Joost wonen samen in Utrecht en bezitten een appartement in Portugal. Joost verdient €60.000 per jaar, Marieke €15.000. Marieke had dit jaar hoge uitgaven voor specifieke zorgkosten. Hun situatie loopt door deze pagina heen.
Zes feiten over fiscaal partnerschap
Status, geen keuze. Je bent fiscaal partner zodra je aan één wettelijke voorwaarde voldoet.
Geen gezamenlijke aangifte. Je doet ieder je eigen aangifte en krijgt ieder je eigen aanslag.
Drie posten zijn gemeenschappelijk. Het saldo eigen woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en de persoonsgebonden aftrek.
Heffingsvrij vermogen. Partners voor het hele jaar houden in 2026 samen €118.714 buiten Box 3.³
De drempel kost je aftrek. Voor uitgaven voor specifieke zorgkosten tel je jullie drempelinkomens verplicht op.²
Toeslagpartner is iets anders. Andere wet, andere uitsluitingen en een andere ingangsdatum.
Een status krijg je pas als je aan een wettelijke voorwaarde voldoet.
Wanneer ben je fiscaal partner?
Je bent fiscaal partner door een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of één voorwaarde.¹
Getrouwde stellen en geregistreerd partners zijn altijd fiscale partners. Daar komt geen extra voorwaarde bij.
Woon je ongehuwd samen, dan geldt een tweede route. Jullie staan allebei op hetzelfde woonadres ingeschreven in de basisregistratie personen. Die inschrijving is de basis onder elke voorwaarde hieronder. Daarnaast voldoe je aan minstens één van deze zeven:¹
- Jullie hebben een notarieel samenlevingscontract.
- Jullie hebben samen een kind.
- Een van jullie heeft het kind van de ander erkend.
- Je bent bij het pensioenfonds aangemeld als partner in een pensioenregeling.
- Jullie zijn samen eigenaar van de woning waarin jullie wonen.
- Op jullie adres staat een minderjarig kind van een van jullie ingeschreven.
- Jullie waren het jaar ervoor al fiscale partners.
Aanmelden bij je werkgever telt niet voor voorwaarde vier. De aanmelding moet bij het pensioenfonds liggen.¹
Voorwaarde zeven staat er niet los van. Die loopt alleen door zolang jullie samen ingeschreven blijven staan.¹ Schrijft een van jullie zich uit, dan stopt het partnerschap op die dag.
Voor een bloed- of aanverwant in de eerste graad geldt een uitzondering. Een ouder en kind op hetzelfde adres zijn meestal geen fiscale partners. Dat verandert zodra jullie allebei aan het begin van het jaar 27 jaar of ouder zijn.¹ Het is een uitzondering op de lijst, geen achtste voorwaarde.
Voldoen aan een voorwaarde is één ding, het moment waarop telt net zo hard.
Wanneer begint en eindigt fiscaal partnerschap?
Het begint op je trouwdag of op de dag van je geregistreerd partnerschap.¹ Voor alle anderen begint het op de dag dat jullie samen ingeschreven staan en aan een voorwaarde voldoen.¹
Stond je aan het begin van het jaar al samen ingeschreven, dan ben je het hele kalenderjaar fiscale partners. Ontstaat het partnerschap later in het jaar, dan werkt het terug over de eerdere periodes waarin jullie al samen ingeschreven stonden.¹
Het eindigt zodra jullie niet meer op hetzelfde adres staan ingeschreven. Dat geldt ook als je nog aan een voorwaarde voldoet.¹ Schrijft een van jullie zich op 28 augustus uit, dan zijn jullie tot 28 augustus fiscale partners.
Ben je maar een deel van het jaar partners, dan geeft ieder de eigen inkomsten en aftrekposten aan.¹ Verdelen mag dan niet. Je kunt er samen voor kiezen om toch het hele jaar fiscale partners te zijn.¹ Die keuze maak je in de aangifte of bij een verzoek om voorlopige teruggaaf.
Aan die heeljaarkeuze zitten drie voorwaarden. Jullie maken de keuze samen. Had je meerdere partners in het jaar, dan kies je er één.¹ De keuze is geblokkeerd als een van jullie door emigratie of immigratie niet het hele jaar binnenlands belastingplichtig is.¹ Wanneer die blokkade vervalt, lees je verderop bij de buitenlandsituatie.
Wat betekent dat voor je aangifte?
Doen fiscale partners samen één aangifte?
Nederland kent geen gezamenlijke aangifte. Jullie doen ieder je eigen aangifte en krijgen ieder je eigen aanslag.¹
“Samen aangifte doen” is een invulgemak. Je vult de aangiften in één online sessie in, ieder met de eigen DigiD. Op papier kan dat niet.
Elk inkomensbestanddeel blijft van degene die het heeft verdiend of betaald. Alleen een korte wettelijke lijst mag je onderling verdelen. Die lijst staat hieronder.
Dat onderscheid is niet theoretisch. De termijn om je verdeling te wijzigen loopt tot allebei jullie aanslagen definitief zijn.¹ Twee aanslagen betekent dus ook twee data om in de gaten te houden.
De verdeellijst is korter dan de meeste stellen denken.
Wat mag je samen verdelen?
De wet wijst drie gemeenschappelijke inkomensbestanddelen aan.¹ Dat zijn de belastbare inkomsten uit eigen woning, het inkomen uit aanmerkelijk belang en de persoonsgebonden aftrek.
Het saldo eigen woning is één post. Het eigenwoningforfait is een getrapt percentage van de WOZ-waarde van je woning. Dat forfait en je hypotheekrente zijn al met elkaar verrekend voordat je de post verdeelt. Heb je recht op de Hillenaftrek, dan zit die in hetzelfde saldo. Je kunt het forfait dus niet bij de een zetten en de rente bij de ander.
De persoonsgebonden aftrek is de verzamelnaam voor betaalde partneralimentatie, uitgaven voor specifieke zorgkosten, giften en het restant uit eerdere jaren. Kinderalimentatie hoort er niet bij, want die is niet aftrekbaar.
Twee posten mag je ook verdelen, maar via een andere bepaling. Dat zijn de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in Box 3 en de ingehouden dividendbelasting.¹ Dat onderscheid telt in een migratiejaar. Daar gelden voor Box 3 eigen voorwaarden.
Verdelen mag in elke verhouding, zolang jullie samen op 100% uitkomen.¹ Per soort inkomsten of aftrekposten kies je een andere verdeling. Alles hierboven geldt alleen bij heeljaarpartnerschap.¹
De verdeling ligt daarna niet meteen vast. Je mag hem wijzigen zolang jullie aanslagen nog niet definitief vaststaan.¹ Maak je geen bezwaar, dan is dat zes weken na de datum van de aanslag.¹
De tabel hieronder zet de verdeelbare posten naast de posten die blijven waar ze zijn. De gezamenlijke grondslag is jullie vermogen in Box 3 na het heffingsvrij deel.
| Dit mag je verdelen | Dit blijft bij degene van wie het is |
|---|---|
| Saldo eigen woning, met het forfait en de rente in één bedrag | Loon, uitkering en pensioen |
| Aftrek geen of kleine eigenwoningschuld, verdeeld als onderdeel van het saldo eigen woning | Belastbare winst uit onderneming |
| Inkomen uit aanmerkelijk belang in Box 2 | Resultaat uit overige werkzaamheden |
| Persoonsgebonden aftrek, waaronder giften, betaalde partneralimentatie en uitgaven voor specifieke zorgkosten | Ontvangen partneralimentatie en andere periodieke uitkeringen |
| Gezamenlijke grondslag sparen en beleggen in Box 3, alleen bij gelijke periodes | Uitgaven voor inkomensvoorzieningen |
| Ingehouden dividendbelasting | Ingehouden loonheffing en kansspelbelasting |
Wat schiet je er dan mee op?
Wat levert fiscaal partnerschap op?
Het echte voordeel is de vrije toerekening over twee verschillende tarieven. In Box 1 loopt het tarief van 35,75% tot 49,50%. Je hypotheekrente en persoonsgebonden aftrek leveren maximaal 37,56% op. Je verzamelinkomen is je inkomen ná de persoonsgebonden aftrek. Daarbovenop bouwt de algemene heffingskorting af met 6,398% boven een verzamelinkomen van €29.736.⁷
Waar je een post neerzet, bepaalt tegen welk tarief die meetelt. Dat kan per post verschillen.
Een tweede voordeel zit in Box 3. Het heffingsvrij vermogen is in 2026 €59.357 per persoon.³ Als heeljaarpartners haal je €118.714 van jullie gezamenlijke grondslag af.³ Heeft de een €150.000 en de ander niets, dan wordt een ongebruikt heffingsvrij vermogen alsnog bruikbaar.
Het appartement van Marieke en Joost in Portugal telt mee in die gezamenlijke grondslag. Samen houden zij €118.714 buiten de heffing.
Er is nog een derde voordeel. Je mag ook uitgaven voor specifieke zorgkosten aftrekken die je voor je fiscaal partner betaalt. Je drempelinkomen is je inkomen in Box 1, Box 2 en Box 3 vóór de persoonsgebonden aftrek. Blijft jullie gezamenlijke drempelinkomen hoogstens €41.123, dan mag je meer aftrekken dan je betaalde.⁵
Dat heet de verhoging specifieke zorgkosten.⁵ Onder de AOW-leeftijd is dat 40% en vanaf de AOW-leeftijd 113%.⁵ Heeft één van jullie de AOW-leeftijd bereikt, dan geldt het hoge percentage voor allebei.⁵
Eén oude regeling kun je nog tegenkomen. De algemene heffingskorting wordt aan een partner zonder of met weinig inkomen alleen nog uitbetaald als die geboren is vóór 1963.
“De verdeling is het enige waar je zelf nog aan kunt draaien. Veel stellen nemen het ingevulde voorstel over. Daarna kijkt niemand er nog naar.”
Die voordelen zijn dus reëel, maar ze staan niet alleen.
Wat kost fiscaal partnerschap je?
De grootste kostenpost is de gezamenlijke drempel voor uitgaven voor specifieke zorgkosten. Voor heeljaarpartners is het optellen van de drempelinkomens verplicht.²
Alleen wat boven de drempel uitkomt, is aftrekbaar.
Terug naar Marieke en Joost. Marieke verdient €15.000 en heeft de zorgkosten betaald. In haar eentje valt zij in de middelste band. Haar drempel is 1,65% van €15.000, afgerond €248.⁴
Samen ligt dat anders. Hun appartement valt onder het heffingsvrij vermogen en telt niet mee. Hun drempelinkomens tellen op tot €75.000. Dat valt in de hoogste band. Boven €51.411 houden ze €23.589 over. Daarvan is 5,75% gelijk aan €1.356. Opgeteld bij €848 komt hun drempel op €2.204.⁴
Hun drempel ligt dus €1.956 hoger dan die van Marieke alleen. Bij dezelfde zorgkosten trekken ze samen €1.956 minder af. Dat is geen fout in hun aangifte, zo werkt de regel.
Bijna altijd is de drempel voor partners gelijk of hoger dan voor een alleenstaande.⁴ Één smal geval loopt andersom. Dat speelt als jullie allebei zorgkosten hebben en één inkomen in de vaste band valt. Reken in dat geval beide drempels uit en vergelijk ze.
De verhoging specifieke zorgkosten raak je op dezelfde manier kwijt. Die geldt alleen bij een gezamenlijk drempelinkomen van niet hoger dan €41.123.⁵ Marieke en Joost zitten daar met €75.000 ruim boven.
Er zijn nog twee kostenposten. De inkomensafhankelijke combinatiekorting gaat met een fiscaal partner naar degene met het laagste arbeidsinkomen. Je hebt daarvoor ook een kind onder de twaalf op je adres nodig. Zonder fiscaal partner heb je die beperking niet.
En je Box 3-opgave wordt breder. Je geeft de bezittingen en schulden op van jezelf, je fiscaal partner en de minderjarige kinderen van jullie allebei.
De tabel hieronder geldt voor je eigen drempelinkomen. Met een heeljaarpartner tel je jullie drempelinkomens op. Alleen de onderste band verschuift dan: de bodem wordt €332 en die loopt door tot €19.360.⁴
| Drempelinkomen | Drempel |
|---|---|
| Tot en met €9.680 | €166 |
| €9.681 tot en met €51.411 | 1,65% van het drempelinkomen |
| €51.412 en meer | €848 plus 5,75% van het bedrag boven €51.411 |
Een gesprek helpt het meest op het moment dat de regels omslaan.
Wat gebeurt er als je fiscaal partner overlijdt?
Het fiscaal partnerschap eindigt op de datum van overlijden.²
Je kunt samen met de vertegenwoordiger van de erfgenamen kiezen voor het hele jaar.² Die keuze geef je aan in de aangifte. Je kunt zelf ook de vertegenwoordiger zijn.
Maak je die keuze niet, dan mag je niets verdelen.² Ieder geeft dan de eigen inkomsten en aftrekposten aan.
Kies je wel voor het hele jaar, let dan op de persoonsgebonden aftrek. Verdeel die zo dat er bij je overleden partner geen restant overblijft.² Je kunt daaraan hoogstens het verzamelinkomen van de overledene toerekenen. Wat daarboven uitkomt, zet je bij jezelf.
Blijft er toch een restant staan, dan is die aftrek definitief weg.² Het jaar na het overlijden zijn jullie geen fiscale partners meer.
Een overlijden legt de datum voor je vast, een verhuizing niet.
Wat als een van jullie in het buitenland woont of verhuist?
Een partner buiten Nederland telt alleen mee als kwalificerend buitenlands belastingplichtige.⁶
Daarvoor gelden twee voorwaarden. Je partner woont in de EU, de EER of Zwitserland. Bonaire, Sint Eustatius en Saba tellen ook mee. Daarnaast betaalt je partner over minstens 90% van het wereldinkomen belasting in Nederland.⁶
Die 90%-toets geldt per persoon. Voldoen jullie samen aan de voorwaarden voor fiscaal partnerschap, dan mag je de inkomens optellen.⁶ Haalt het gezamenlijke wereldinkomen de 90%, dan voldoen jullie allebei aan de voorwaarde.
Let daarbij op je vermogen. De toets kijkt niet alleen naar loon en uitkeringen. Je voordeel uit sparen en beleggen telt ook mee, net als je inkomen uit aanmerkelijk belang.⁶ Een buitenlandse belegging of tweede woning kan de toets laten kantelen.
Verhuizen jullie in de loop van het jaar, let dan op twee vallen. De heeljaarkeuze is geblokkeerd als een van jullie door emigratie of immigratie niet het hele jaar binnenlands belastingplichtig is.¹ Die blokkade vervalt als diegene kwalificerend buitenlands belastingplichtige is.¹ Daarnaast is de gezamenlijke grondslag sparen en beleggen alleen verdeelbaar als beide periodes van binnenlandse belastingplicht op dezelfde datums beginnen en eindigen.¹
De praktische conclusie is kort. Verhuis samen, op dezelfde datums. Vraag ook na of je partner een inkomensverklaring nodig heeft.
Je kunt dit grotendeels zelf nalopen.
Wat controleer je voordat je aangifte doet?
Loop vier punten na voordat je de aangifte verstuurt.
- Controleer of jullie het hele jaar fiscale partners waren. Alleen dan mag je verdelen.
- Reken de gezamenlijke drempel uit voordat je uitgaven voor specifieke zorgkosten invult. Wat eronder blijft, levert niets op.
- Controleer of het saldo eigen woning als één bedrag in de verdeling staat. Het forfait en de rente horen bij elkaar.
- Leg je toeslagen ernaast. Een wijziging in je partnerschap werkt daar op een andere datum door.
Twijfel je over de verdeling zelf, dan lopen we die in een gesprek met je door. Marieke en Joost liepen deze vier punten na voordat zij verstuurden.
¹ Belastingdienst · Fiscaal partnerschap: wanneer ben ik fiscaal partner? · Geraadpleegd
² Belastingdienst · Fiscale informatie 2026, hoofdstuk 1: fiscaal partnerschap · Geraadpleegd
³ Belastingdienst · Heffingsvrij vermogen · Geraadpleegd
⁴ Belastingdienst · Drempelbedrag specifieke zorgkosten 2026 · Geraadpleegd
⁵ Belastingdienst · Verhoging specifieke zorgkosten · Geraadpleegd
⁶ Belastingdienst · Wanneer heb ik een fiscale partner als ik in het buitenland woon? · Geraadpleegd
⁷ Belastingdienst · Tabel algemene heffingskorting 2026 · Geraadpleegd
Veelgestelde vragen over fiscaal partnerschap
Kun je zelf kiezen om fiscaal partner te worden?
Nee, fiscaal partnerschap is een status. Voldoe je aan een voorwaarde, dan ben je het. Aanmelden of afmelden kan niet.

